10
+
‘P
rospero bevindt zich in een uit-
zichtloze situatie. Hij is door z’n
broer Alonso verbannen naar een eiland. Door
waanzin gegrepen denkt Prospero dat hij de
wind kan bedwingen en een storm kan ont-
ketenen, die een schip doet zinken en op het
eiland laat aanspoelen. De ge­dachte komt uit
en er komt een moment waarop Prospero zich
op zijn broer kan wreken. Maar juist als hij
de kans krijgt zijn broer te doden, grijpt de
auteur in. Shakespeare wijst ons op het feit dat
we niet teleurgesteld moeten zijn als blijkt dat
de leugen mooier is dan de waarheid.’
Weg van Waan
wordt in 1986 onderscheiden
met de Hans Snoekprijs. Delfgaauw (Prospero)
steekt een stok met op de punt de kop van de
luchtgeest Ariël anderhalve meter boven zijn
hoofd.
Ariël
[A]
  Prospero
[P]
[A] Laat me los.
[P] Dan val je.
[A] Dan vlieg ik weg.
[P] Dat kan je niet.
[A] O… jawel.
[P] Als ik je loslaat… dan val je.
[A] Dan vlieg ik weg.
[P] Je liegt.
[A] Laat los dan?
[P] …
[A] Laat los dan!
[P] …
[A] Waar wacht je op?
[P] Ik kan ’t niet.
De luchtgeest lacht.
Delfgaauw laat hem vliegen
en volgt hem.
1...,13,14,15,16,17,18,19,20,21,22 24,25,26,27,28,29,30,31,32,33,...164